541 (De Luxe /R /S)

541 / 541 De Luxe

541 De Luxe
De Jensen 541 is voor het eerst aan het publiek getoond op Earls Court Motor Show in oktober 1953. In principe is de auto ontworpen door Richard Jensen, maar door de gedetailleerde styling door Eric Neale wordt deze laatste vaak als de “echte” ontwerper gezien.

De auto is ontworpen als een 4-persoons sportwagen of eigenlijk een Grand Touring Car en het meest bijzondere detail was destijds dat men als materiaal had gekozen voor glasfiber. In de racerij werd dit materiaal inmiddels reeds enige tijd toegepast, maar voor een 4-persoons productie auto was dit de primeur. Alleen de deuren wijken af, die zijn van aluminium.

Het geheel is in 3 delen geplaatst op een buizenchassis met buizen van zeer grote diameter (12,5 cm) met vóór onafhankelijke wielophanging en achter bladveren met een Panhard stang.

Andere bijzonderheden zijn de separate voorwielkuipen, die dubbelwandig zijn uitgevoerd, zodat door de tussenruimte verse lucht in het bestuurderscompartiment kan worden gelaten. Ook de kantelbare klep in de motorkap was een ongewoon detail, maar bijzonder handig om de motor met zijn meer dan 20 liter grote koelsysteem snel op temperatuur te laten komen.

Bij de latere modellen (De Luxe) heeft men de trommelremmen rondom vervangen door schijfremmen, waardoor het merk ook daarvoor de wereldprimeur behaalde.

Voor de motor heeft men gekozen voor een zeer zwaar 4 liter blok dat in een iets andere versie ook werd gebruikt door Austin in hun “4-litre lorry”. Hiervoor heeft men een andere cilinderkop ontworpen met kleppen van maximale afmetingen en een voor die tijd hoge compressie (7,4:1). Het was de bedoeling tot een hogere compressie te komen, maar bij tests bleek de onzuiverheid van de brandstof een spelbreker, waardoor de auto zeer snel “pingelde”. Men heeft vervolgens gekozen voor zuigers met een kom, zodat de oorspronkelijk hogere compressie weer werd gereduceerd. Hoewel er geen precieze cijfers zijn opgegeven door de fabriek, levert een goed afgestelde 541 standaard ongeveer 135 PK door middel van 3 SU carburateurs. (DS 5 motor) Via een 4-versnellingsbak met Laycock de Normanville overdrive op de 4e versnelling wordt de Salisbury achteras aangedreven.

Een betwiste primeur is de topsnelheid. Hoewel standaard de topsnelheid ca. 112 MPH (ca. 180 km/h) bedroeg(waarschijnlijk met DS4), heeft men een jaar later met een DS5 versie de destijds magische grens van 130 MPH (ca. 210 km/h) doorbroken.

541 R

Jensen 541R
In 1957 begon men naast de 541 tevens de 541 R te maken. Bij dit type was de overdrive standaard en werd bij 43 auto’s een krachtiger versie van het bekende motorblok ingebouwd (DS 7). Deze motor leverde ongeveer 150 PK door middel van 2 SU carburateurs met grotere diameter. Deze auto’s zijn relatief zeldzaam en zijn te herkennen aan de uitlaat die niet zoals bij alle andere typen 541 links onder de auto vandaan komt, maar rechts.

Ook wat de styling betreft onderging de “R” een facelift. Zo kwamen er grotere bollingen boven de achterwielen, gaat de achterklep op de “zinnige” manier open en past er op die klep een rechthoekige kentekenplaat  in plaats van een vierkante. De chroomstrips op de zijkant zijn langer en de motorkap kreeg twee welvingen met een luchtuitlaat midden op de klep. De voorbumper werd gesplitst om tussen de twee delen de kentekenplaat te monteren en zowel vóór als achter kregen de bumpers overriders.

Het belangrijkste onderscheid zit echter in de stuurinrichting. In plaats van het tandrad met wormwiel principe van de zeer zwaar sturende 541, paste men op de 541 R een zogenaamde Rack & Pinion (Tandheugel) sturing toe. De verklaart meteen waarom achter de cijfers 541 een R werd toegevoegd.

541 S

Jensen 541-S
Na deze facelift is de auto nog eenmaal gerestyled. Dit resulteerde in oktober 1960 in de 541 S. Het chassis van de “S” was 4 inches breder. Ook werden de wielophangingen aangepast om een nog breder spoor te bereiken. Door deze wijzigingen ontstond tevens een 1,5 inch grotere hoofdruimte voor de passagiers.

Andere zichtbare verschillen waren het vervallen van de draaibare radiatorklep, de stadslichten naast de richtingaanwijzers in plaats van op de motorkap, de luchtinlaat op de motorkap, de extra lampen en de achterlampen. Ook had de auto standaard een radio, brandblusser, EHBO-kit en als eerste auto op de Britse markt: veiligheidsgordels.

Motorisch was de auto gelijk aan zijn voorgangers (niet met de DS7 motoren), maar er werd bij de meeste auto’s een 4 traps automaat van Rolls Royce aan gekoppeld, tezamen met een Powr-Lok limited slip differentieel.

Kenmerken:

Type:
Productieperiode:
Motortype:
Cilinderinhoud:
Maximaal vermogen:
Gewicht:
Topsnelheid:
Gemiddeld verbruik:
Productieaantal:
Bijzonderheden:
541 / 541 DELUXE
1955 – 1959
6 in lijn / BMC
3993cc
130 pk
1372 kg
187 km/u
-
173 (incl. 4 prototypes) / 53
1 geleverd met een V8, 212 met een DS4-motor en 13 met een DS5-motor
Type:
Productieperiode:
Motortype:
Cilinderinhoud:
Maximaal vermogen:
Gewicht:
Topsnelheid:
Gemiddeld verbruik:
Productieaantal:
Bijzonderheden:
541 R / S
1960 – 1963
6 in lijn / BMC
3993 cc
130 (DS7-motor: 150)
1494 kg
177 km/u
-
193 / 127
R: 150 met een DS5 – en 43 met een DS7 motor
S: 3 experimentele auto’s, 20 handgeschakeld. De auto voor Donald Healey is later voorzien van een V8 met een 2-traps automaat